Wij
denken dat de aantrekkelijkheid wordt vergroot als medewerkers zich
binnen een bedrijf kunnen organiseren in communities. In Rabo Unplugged kunnen ze zelf kiezen welke dat zijn: de gewone lijnafdeling of een community gebonden aan het vak, gedeelde waardes of competenties. Ik vind het eigenlijk het meest interessante onderdeel van dit project: de vraag in hoeverre zich dit vanzelf gaat regelen.
De nieuwbouw wordt volledig op het nieuwe concept afgestemd. Wat gebeurt er in het
bestaande hoofdkantoor?
HARTMANS: Tussen de nieuwbouw en het hoofdkantoor komt de Plaza, de verbindende ruimte waarin het ontmoeten en samenwerken van de medewerkers centraal staat. De Plaza, een soort stadscentrum, sluit straks aan op het bestaande kantoor. Rabobank bekijkt nu met de architect en Veldhoen + Company hoe we dit gebouw kunnen integreren met de nieuwbouw. Het moet logischer in elkaar gaan zitten zodat medewerkers intuïtief de voor hen meest geschikte plek vinden. We benaderen het hele gebouw daarbij als een stad. In sommige steden vind je heel snel je weg. We onderzoeken waaraan dat ligt, om de principes ook hier te kunnen toepassen. Reden waarom we in het ruimtelijk concept praten over stadscentrum, buitenwijken, wijkcentra en straten.
Moet dit concept ook leiden tot minder vierkante meters?
VAN EGMOND: Dat is geen doel op zich. We zijn een bank en vinden dat onze medewerkers zich hier comfortabel moeten voelen. Dan kies je niet voor de minimale variant. Bovendien ontvangen we hier ook internationale gasten en dan wil je toch een bepaalde standaard hebben. Wel bereiken we een besparing op de jaarlijkse exploitatiekosten. Dat komt omdat in het nieuwe bestuurscentrum, dat 110.000 m2 bevat, de ruimte veel beter wordt benut.
HARTMANS: Ruimtebesparing is hier minder belangrijk dan flexibiliteit en duurzaamheid. Het bestuurscentrum wordt zo gemaakt dat de organisatie kan bewegen zonder meteen het gebouw te moeten aanpassen.
Hoe krijg je zo’n grote organisatie mee? In het bestuurscentrum komen in 2010 zesduizend mensen te werken.
VAN EGMOND: Aan de ontwikkeling van dit concept wordt door veel mensen samengewerkt. Ook dat past bij het coöperatieve karakter van dit bedrijf. Je voert met veel zelfstandige eenheden een gesprek. Die gesprekken kosten tijd maar binnen Rabobank geldt de regel dat we, voordat we tot uitvoering overgaan, liever wat langer met elkaar de tijd nemen om het eens te worden. Die uitvoering gaat daarna veel sneller.
HARTMANS: We starten nu een proces waarbij de medewerkers langzaam kunnen wennen aan het Nieuwe Werken. Na de zomer richt Rabobank een proeflokaal in op basis van het met ons ontworpen concept, waarbij partners als Microsoft, HP en Cisco de technologie verzorgen. Medewerkers kunnen daar een kijkje nemen, maar ook alvast gaan werken. Daarna starten pilotprojecten bij onder andere de afdeling Personeel.
Verwachten jullie veel weerstand bij de invoering van Rabo Unplugged?
HARTMANS: Eigenlijk niet. Deze manier van werken sluit goed aan op hoe de toekomstige generatie medewerkers zich nu al organiseert. Jongeren ontmoeten elkaar ‘s middags fysiek op het schoolplein. Thuis praten ze al chattend door. Ze spreken vervolgens af elkaar ‘s avonds in de stad te treffen, zonder een plek te noemen. Dat doen ze pas op het moment zelf als ze via de mobiele telefoon aan elkaar doorgeven waar ze zijn.
VAN EGMOND: Ik denk ook dat het redelijk vanzelf zal verlopen. Er zijn veel mensen die nu al op meerdere plekken werken. Gemiddeld is bij ons maar 37% van de werkplekken bezet, die andere groep werkt dus elders. We moeten er ook niet te ingewikkeld over doen. De nieuwe generatie medewerkers zit heel anders in elkaar dan de onze. Wij hadden tien jaar geleden niet kunnen voorzien welke enorme mogelijkheden zouden ontstaan door alleen al internet, mail en mobiele telefoons. Mijn kinderen doen daar dingen mee waar ik soms met verbazing naar kijk. Ze zijn op meerdere fronten tegelijk bezig, creëren hun eigen nieuws en communities en leggen heel gemakkelijk contact. Er ontstaat dus een nieuwe wereld, net zoals onze wereld anders is dan die van onze ouders. Maar het echte toverwoord bij de invoering van zo’n concept is Verleiden. We zijn ervan overtuigd dat mensen bereid zijn te leren en veranderen als ze het nieuwe eerst kunnen zien en ervaren. Dus niet de weerstand bestrijden, maar mensen laten proeven. Zo doe ik het ook met mijn kinderen. Ze mogen nee zeggen tegen bepaald eten, maar alleen als ze er eerst van hebben geproefd. Gevolg is dat mensen mij nu vragen hoe het toch kan dat mijn kinderen zo veel lusten, en die van hun zo weinig.